Wat heeft dit kind nodig?

Bij het bepalen van wat er goed is voor een kind dat niet lekker in zijn of haar vel lijkt te zitten en/of gedragsproblemen vertoont, wordt dikwijls door allerlei betrokkenen om het kind heen bepaald wat het kind nodig heeft. Daarbij is het ook belangrijk dat het kind zelf wordt gevraagd wat hij van bepaalde dingen vindt. Zeker kinderen met begaafdheidskenmerken zijn prima in staat aan te geven wat zij vinden, en komen ook nog wel eens met (creatieve) ideeën voor verbeteringen. Door ze serieus te nemen spreek je hun autonomie aan, een kenmerk dat nog wel eens gezien wordt bij begaafdheid.

Hoe vraag je een jong kind wat hij of zij anders wil?

Kleuters en kinderen in de onderbouw van de basisschool, maar wellicht ook al peuters, kun je op de volgende manier benaderen als je wilt weten wat zij vinden van bepaalde zaken en wat zij anders zouden willen:

1.  Gebruik een aantal blanco vellen A4 met potloden of pennen.

2. Trek op een A4 een aantal lange horizontale lijnen. Zet bij de uiteinden extremen, zoals “Heel stom” en “superleuk”.

3. Vermeld boven zo’n lijn om welk onderwerp het gaat. Dit is met name om later vast te stellen over welk onderwerp het ging, niet zozeer voor het kind in het gesprek. Bijvoorbeeld “Lezen” of “buitenspelen met de klas”, “gym”,”de juf” of “kinderen in de klas”.

4. Leg aan het kind uit: Ik wil graag weten wat jij vindt van een paar dingen. Je kan dingen heel stom of heel leuk vinden, of iets er tussenin. Je mag een streep (of kruis, of iets anders) zetten op de lijn. Als je iets heel stom vind, zet je het hier,  als het heel leuk vindt, hier, en je mag het ook ertussenin ergens zetten.

5. Vraag het kind zijn of haar mening te geven over een onderwerp door dit op de lijn te zetten.

6. Vervolgens ga je in gesprek. Doe dit open, respectvol en zonder oordeel! Laat het kind merken dat je oprecht geinteresseerd bent.

I. Vraag waarom het kind het (superleuk, een beetje stom, etc.) vindt. Maak hier aantekeningen van.

II. Vraag wat er moet veranderen om het een beetje leuker te maken (als het kind iets niet leuk heeft beoordeeld). Er willen dan nog wel eens hele goede, verrassende ideeën komen! Als het kind zegt: ik weet het niet, kun je wat suggesties doen. Doe dat voorzichtig, praat het kind niks aan. Bijvoorbeeld: “Zou je het leuker vinden als je bijvoorbeeld meer boekjes van thuis zou mogen lezen?” Noteer de antwoorden.

III. Als het kind iets als stom heeft beoordeeld: Zeg: je vindt het duidelijk vervelend. Toch vind je het niet superstom. Wat maakt dat het toch nog niet zo superstom is? Dan komt er als het goed is een antwoord wat zicht geeft op wat het kind belangrijk vindt, en waar wel aan is voldaan. Dat is ook informatief. Noteer dit.

7. Zo kun je verschillende onderwerpen bespreken. Houd de hoeveelheid beperkt. Kies in de eerste plaats onderwerpen waarvan je verwacht dat daar problemen mee zijn. Bijvoorbeeld als je al vernomen hebt dat een kind zich afzondert tijdens het buitenspelen, of verrijkingswerk weigert, dan vraag je gericht naar deze onderwerpen.

8. Geef aan het kind aan wat je hiermee gaat doen. Schep geen verwachtingen die je niet kunt waarmaken. Je kunt aangeven dat je het fijn vindt dat je meer weet wat van het kind vindt van deze dingen, en dat je hierover gaat overleggen met de juf, of de ouders, om te kijken of ze hier wat meer rekening mee kunnen houden. Geef het kind de ruimte te zeggen wat hij hiervan vindt.

Hoe ga je het gesprek aan met oudere kinderen?

Bij oudere kinderen, ongeveer vanaf de middenbouw, kan deze methode werken als zij moeite hebben zich met woorden uit te drukken of sterk visueel ingesteld zijn.  Het zal echter in de regel  echter beter zijn dit gesprek direct aan te gaan, door de vragen te stellen, zonder te vragen de antwoorden op een lijn te markeren. Wel is het wenselijk de schaal aan te geven, dit houdt in dat je zegt dat de antwoorden kunnen lopen van “heel stom” tot “heel leuk”, of een variant daarop, zoals “heel vervelend”, etc.